PTG

13 april 2021

duurzame toekomst Radboud Universiteit wordt werkelijkheid

news image

Een energiebesparing van bijna 4 procent per jaar en zoveel mogelijk van het gas los. Die torenhoge ambities had de Radboud Universiteit in Nijmegen. Kees Rezelman hielp bij de realisatie en gaf advies.

Toon Buiting is energiecoördinator van de divisie Campus & Facilities van de Radboud Universiteit. Samen met collega Diederick Hilckmann, specialist W-installatie van de afdeling beheer, is hij verantwoordelijk voor de enorme energietransitie die de campus heeft gemaakt. Ze willen zich absoluut niet op de borst kloppen, maar trots zijn ze wel. “Het is een slim systeem en een mooi voorbeeld voor andere campussen”, zegt Toon.

de start

Het verhaal begint bij een oud ketelhuis uit de jaren zestig. Dat voorzag gebouwen op de campus van warmte. Het systeem was niet meer van deze tijd en daarom toe aan vervanging. Op de campus kwam het idee om warmte-koude opslag (WKO) toe te gaan passen voor één gebouw waarbij grondwater uit de bodem als energiedrager voor koelen of verwarmen wordt gebruikt. Een koude-overschot uit de winter wordt opgeslagen en in de zomer gebruikt om te koelen en vice versa.

efficiënt

In de eerste uitvoering bij het Huygensgebouw bleek er een koude-overschot te zijn en om die ongelijkheid op te heffen werd er een koppeling met nog een gebouw gemaakt. En zo ging het balletje rollen. Onder de campus bleek al een stelsel van leidingen te liggen dat daarvoor prima kon worden gebruikt. “Hoe meer gebouwen we aansluiten hoe efficiënter het wordt. Het ene gebouw heeft veel meer warmte over en het andere gebouw heeft dat juist weer nodig”, verduidelijkt Toon.

Daarmee ontkracht het team van Radboud Universiteit ook meteen de mythe dat een energietransitie nauwelijks mogelijk is bij oude en monumentale panden. “Nieuwe gebouwen zijn extreem goed geïsoleerd en hebben dus snel vraag naar kou. Oude gebouwen vragen meer warmte, maar willen graag hun kou kwijt. Een mooie combinatie dus.”

complex

Het lukte het vastgoedteam prima om alle mogelijkheden van de individuele panden te inventariseren, maar om het hele project in goede banen te leiden, zochten ze de hulp van externen. Toon: “Het werd steeds omvangrijker en dan kom je bij grote aanbestedingen uit. Daarnaast wilden we ook de nieuwbouw erbij betrekken, maar die projecten liepen al en moesten weer aangepast worden. Adviseur Kees Rezelman heeft ons daarbij geholpen. Kees sprak enerzijds de taal van de technici, maar heeft ook de ervaring en competenties om technisch complexe vraagstukken bestuurlijk voor te bereiden.”

ambities

Voor Kees Rezelman was het een uitdagend maar bovenal interessant project: “Dit was echt heel leuk om aan mee te werken. Hier komen diverse zaken samen. Het is enorm innovatief. Er lag een duurzaamheidsambitie van het college, maar ook het programma Heyendaal-zuid met veel nieuwbouw. Binnen het programmateam, bestaande uit veel interne en externe specialisten, hebben we de koppeling kunnen leggen tussen de ambities en haalbare plannen en projecten.”

Kees Rezelman maakte samen met het team voor de directie en college van bestuur een integraal plan met onderbouwing dat werd overgenomen en goedgekeurd. En toen ging het hard. “De eerste fase was redelijk simpel en snel te realiseren en dat maakte iedereen enthousiast. Later viel het wel wat tegen, maar toen hadden we wel al de wind mee”, lacht Toon.

vijfde generatie

Radboud maakt gebruik van het WKO-systeem met warmtepompen om het relatief koude grondwater te verwarmen. Alleen bij zware vorst maakt de campus gebruik van gasgestookte cv-ketels om de oude panden extra te verwarmen. Op deze manier lukte het de campus om 660.000 kuub gas per jaar te besparen.

Toon: “Overal wordt gesproken over vierde generatie warmtenetten. Maar ik durf te zeggen dat wij al een vijfde generatie net hebben. Net als onze buren, het Radboudumc. In de verwarmingsbranche is de basis nog steeds een energienet dat gebaseerd is op hoge temperaturen. Daarvoor heb je altijd veel fossiele brandstoffen nodig om op die waarden te komen. Wij laten zien dat het met lage temperaturen ook werkt. Ik daag meer mensen uit om dit te gaan doen. De zandbodem is uitermate geschikt voor WKO, maar het kan op veel meer plekken in Nederland.”